Dirk IV van Valkenburg-Montjoie

Gepubliceerd op:

Valkenburg, 09-01-2008

Dirk IV heer van Valkenburg-Montjoie (1333-1346)

Bij het overlijden van Reinoud van Valkenburg-Montjoie in 1333, was alleen de heerlijkheid Montjoie nog in zijn bezit. Reinouds oudste zoon Walram II was bij de verdediging van Valkenburg in 1329 gesneuveld en zo volgde zijn tweede zoon Dirk hem in Montjoie op. Dirk was aanvankelijk kanunnik van het Akense Munster, maar trad uit de geestelijke stand om zijn vader als heer van Montjoie en in 1334 als heer van Valkenburg op te volgen. De Luikse schrijver Jacques de Hemricourt, schrijft over Dirk, dat hij sterk op zijn vader geleek en zeer bemind, doch ook zeer gevreesd was. Dirk erfde dus niet alleen zijn vaders bezittingen, maar ook diens ridderlijkheid, dapperheid en leiderschap. Evenals zijn vader Reinoud, sloot Dirk zich aan bij een alliantie tegen de Hertog van Brabant. Deze alliantie bestond o.a. uit machtige heren als Jan “de blinde” van Luxemburg, de prins-bisschop van Luik, Reinoud II van Gelre, Willem V van Gülick, Lodewijk IV van Loon. Deze alliantie verzamelde in april 1332 hun troepenmacht bij Fexhe en viel het Brabantse land binnen. Door bemiddeling van de graaf van Henegouwen, bleef het bij enkele schermutselingen. De Hertog van Brabant zocht steun bij de koning van Frankrijk door zijn zoon met diens dochter Maria te verloven. 20 Juli 1332 kwam het door bemiddeling van de koning tot een wapenstilstand van 1 jaar, waarin de wederzijdse aanklachten en eisen onderzocht zouden worden. Deze wapenstilstand werd echter reeds kort daarna geschonden door de alliantie tegen Brabant, waartoe nu ook de graaf van Henegouwen en de graaf van Vlaanderen behoorden. De alliantie-troepen veroverden in 1334 ’s Hertogenrade en de voormalige Valkenburgse stad Sittard. Kort daarop wordt wederom een wapenstilstand getekend en op 27 augustus 1334 doet de koning van Frankrijk te Amiens zijn arbitrale uitspraak. Dat is het moment waarop formeel aan Dirk de voorvaderlijke heerlijkheid Valkenburg wordt teruggegeven. Dirk IV noemt zich al op 14 juli 1334 heer van Valkenburg-Montjoie en verkrijgt op die datum het burgerschap van Keulen. Door de Hertog van Brabant wordt hij vervolgens op 23 oktober 1334 beleend met de Limburgse lenen, Sittard en Heerlen en de Brabantse lenen het kasteel van Bautersheim, 50 ponden op de Maastrichtse tol en goederen te Mechelen. Nog in datzelfde jaar verkoopt Dirk Sittard en Susteren aan zijn oom Jan van Valkenburg, heer van Born. Dirk nam een voorname plaats in, tussen de heren van zijn tijd. Hij was de raadsheer van graaf Reinoud II van Gelre en door zijn huwelijk met Mechtild van Voorne, dochter van Gerard heer van Voorne en burggraaf van Zeeland, werd hij na het overlijden van de burggraaf door de graaf van Holland beleend met de Zeeuwse bezittingen. Dirk verplichtte zich vervolgens om de graaf van Holland met 150 bewapende mannen bij te staan in tijd van nood. In het jaar 1337 zien we Dirk IV zich mengen in de strijd tussen Philip van Valois koning van Frankrijk en Edward III koning van Engeland, die het begin van de honderdjarige oorlog zou inluiden. Dirk verplichtte zich om tegen 1200 florentijnen 200 gewapende mannen aan Edward III te leveren. Februari 1338 zien we Dirk in Brussel samen met de hertog van Brabant, de graaf van Holland en andere verbonden, hun onschuld bewijzen tegen een vermeend moordcomplot tegen de koning van Frankrijk. Reinoud raakt met de hertog van Brabant in conflict over de voogdij van Meerssen. Op 11 april 1338 wordt Reinoud II van Gelre aangewezen als scheidsman en deze kent het bezit aan Dirk toe, doch dat Dirk de rechten van proost en kerk van Meerssen zou eerbiedigen, hetgeen ook gebeurde. Als in juli 1339 Edward III in Antwerpen aan land komt, beginnen de gevechten en schermutselingen, waaraan Dirk in de herfst van 1339 nadrukkelijk deel neemt, getuige een schuldbrief van de koning van Engeland aan Dirk, groot 30.000 goudgulden. Dirk verklaart april 1340 persoonlijk de oorlog aan de koning van Frankrijk en wordt door Edward III belast met de verdediging van de stad Quesnoy. Als op 22 mei 1340 het franse leger Quesnoy nadert, neemt Dirk de verdediging van de stad persoonlijk op zich en weet haar ook te behouden. In juni 1340 neemt Dirk deel aan de strategische beraadslagingen te Brussel en zien we hem terug bij het beleg van Doornik, dat eindigt met een wapenstilstand. In 1341 beklaagt Dirk zich bij Edward III over het uitblijven van de afgesproken betalingen. Op 15 november 1341 ontvangt hij 7555 goudgulden, waarna Dirk in 1342 meewerkt aan het tot stand brengen van een wapenstilstand tussen de koning van Frankrijk en de koning van Engeland. In het voorjaar van 1343 overweegt Dirk om als kruisvaarder deel te nemen aan de gevechten tegen de Moren op Granada. Het komt er niet van en als op 12 oktober 1343 Reinoud van Gelre sterft wordt Jan van Valkenburg, heer van Born en oom van Dirk IV als rentmeester in Gelderland benoemd en wordt Dirk IV stadhouder in Gelderland, daar Reinouds beide zonen nog minderjarig waren. Dit levert conflicten op tussen oom en neef en begin 1345 wordt Dirk bedankt voor tijd en moeite en wordt hij in Dordrecht schadeloos gesteld door betaling van 3000 pond kleine munt. Op 6 april 1345 gaat Dirk op bedevaart naar het H. Land en krijgt hij van paus Clemens VI toestemming het graf des heren en andere bedevaartsplaatsen te bezoeken. Na zijn pelgrimstocht schoot Dirk de prins-bisschop van Luik te hulp tegen opstandelingen in het bisdom. Op 19 juli 1346 staan de legers bij Vottem bij Luik tegenover elkaar. Het gevecht verliep in het nadeel van de ridders en Dirk sneuvelt als een der eersten. Daar Dirk en Mechteld geen kinderen hadden, volgt Dirks broer Jan van Valkenburg heer van Bütgenbach hem op als Jan I heer van Valkenburg-Montjoie. Meer over Jan I in het volgende artikel van de Stichting Vestingstad Valkenburg.

Auteur: Marc Habets

Bronnen : J.M. van de Venne, Geschiedenis van het kasteel van Valkenburg, zijn heren en hun drossaarden, 1951

S. Corsten, Die Herren von Valkenburg, 1981, Th. Dorren, Het Kasteel van Valkenburg, 1921