Valkenburg, 25-09-2007
Walrams opvolgers Dirk III (1302-1305 ) en Reinoud (1305 – 1333 )
Walram overleed dus op 5 september 1302 en werd volgens de overleveringen in Sittard begraven. Walram en Philippa van Gelre hadden 4 kinderen te weten: Dirk, Reinoud, Jan en Elisa. Jan werd heer van Born en Susteren, Elisa huwde de Graaf von Sponheim, Reinoud of Reinald zoals hij ook wordt genoemd wordt heer van Monschau-Bütgenbach en Dirk volgt als oudste zoon, Walram op als Dirk III heer van Valkenburg. Over Dirk III is niet bijzonder veel te vertellen, omdat zijn regeerperiode maar zeer kort is geweest te weten van 1302 – 1305. Dirk verkreeg op 25 juni 1302, net als zijn voorvaderen, het burgerschap van de stad Keulen en verplichte zich daarmee tot krijgshulp aan de stad Keulen. In de herfst van 1302 speelde er, vlak na Walrams dood, een interessante kwestie, namelijk de kwestie dat Graaf Gerhard von Jülich (Gülick) na Walrams dood, koning Albert wist te overreden het schoutambt (scholtis=schultheis) van de stad Aken aan hem over te dragen. De akte die deze overdracht bevestigd en waarin Dirk voor het eerst als heer van Valkenburg wordt genoemd, is op 20 oktober 1302 gedateerd. Dirk van Valkenburg zou geen zoon van Walram geweest zijn als hij dit schoutambt zonder slag of stoot zou hebben overgedragen. Hij wende zich dan ook tot de koning en wist de koning tegen betaling van 1400 Pond over te halen hem (Dirk) als schout van Aken voor de komende 5 jaren te benoemen. Dit alles werd echter pas door de koning op 13 juli 1305 formeel bevestigd. Lang heeft hij niet kunnen genieten van zijn “overwinning”, want reeds op 16 juli 1305 vermeldt het memorieboek van het klooster Wenau (D) het overlijden van Dirk. Hij was niet gehuwd en had geen kinderen. Dirk III wordt in Valkenburg opgevolgd door zijn broer Reinoud, wiens naam verwijst naar zijn oom Graaf Reinoud van Gelre. Reinoud was getrouwd Maria van Boutershem (1290-1317 ) , dochter van Hendrik V van Boutershem en Marie de Hemricourt. Reinoud en Maria hadden naar verluid 9 kinderen te weten: Walram, Dirk, Jan en Reinier Deze laatste is niet geheel zeker maar wordt genoemd als Commandeur der Commanderie van de Duitse Orde te Sint Maartensvoeren. Verder worden als dochters genoemd: Phillipota, Maria, Margaretha, Elisabeth en Beatrix. In een volgend artikel komen we op de kinderen terug. Reinoud volgde in de voetstappen van zijn broer Dirk en verwierf in 1305 eveneens het burgerschap van de stad Keulen. Verder stelde Reinoud tegen betaling van 400 zilveren marken het lucratieve schoutambt van de stad Aken veilig, hetgeen blijkt uit een akte van 27 juli 1306. Reinoud stelt samen met de Graaf van Gülick, waarmee Reinoud de voogdijrechten deelde, een plaatsvervanger (villicus) aan, die het dagelijkse bestuur uitoefende en die tot taak had de belastingen te innen. Dit leidde in 1310 tot een hevig conflict met de Akense burgers, die daarop de Abdij Kornelimünster overvielen. De Akenaren waren namelijk van mening dat de Abt partij had gekozen voor Reinoud van Valkenburg-Monschau en de graaf van Gülick. Kerk en klooster werden door de Akense burgermilitie in brand gestoken, verscheidene kloosterlingen gedood en vele kostbaarheden geroofd. De Abt van Kornelimünster wende zich vervolgens tot de koning, die op zijn beurt de aartsbisschop van Keulen en de Hertog van Brabant belastte met het onderzoek naar deze vergrijpen. De burgers van Aken werden in het ongelijk gesteld en zwaar bestraft. Zo moesten zij de door Reinoud aangestelde ambtenaren in Aken hun werk laten doen en ontving Reinoud bovendien een jaarlijks bedrag van 300 Mark, die met een bedrag van 3000 Mark eenmalig afgekocht kon worden. Reusachtige bedragen in die tijd, wat aantoont waarom de Valkenburgse heren zo veel waarde hechten aan het schoutambt en de voogdij van Aken. Op 14 november 1310 wordt een verdrag tussen Reinoud en de stad Aken opgesteld, waarin Reinoud formeel als schout (Schultheis) van Aken wordt aangesteld en hij zowel binnen als buiten de stadsmuren erop toeziet dat de schepenbesluiten worden uitgevoerd. Verder verplicht Reinoud zich de stad Aken alle ondersteuning te bieden in geval van conflicten of strijd. Reinoud krijgt hiertoe een eenmalig bedrag van 700 Mark en een jaarlijks bedrag van 50 Mark, eenmalig af te lossen met 500 Mark. We eindigen dit artikel met het feit dat Reinoud in 1310 de vrijheden van zijn stad Sittard bevestigd, zoals deze door zijn vader Walram, zijnde heer van Sittard, waren geschonken. Het zou echter niet lang meer duren voordat Reinoud, die net als zijn vader Walram de rode gekroonde dubbelstaartige leeuw voerde, zich in allerhande strijd zou gaan mengen. Meer daarover in het volgende artikel van de Stichting Vestingstad Valkenburg.
Auteur: Marc Habets
Bronnen : J.M. van de Venne, Geschiedenis van het kasteel van Valkenburg, zijn heren en hun drossaarden, 1951
S. Corsten, Die Herren von Valkenburg, 1981