Walram en het bezit van Monschau-Bütgenbach Deel I

Gepubliceerd op:

Valkenburg, 30-07-2007

De Heren van Valkenburg

Hoe Walram van Valkenburg in het bezit van Montjoie-Bütgenbach kwam 1269/1270 Deel I

De oudst bekende oorkonde over Monschau dateert uit 1198. Daarin wordt ene “Walaramus de Monte Joci” genoemd als kasteelheer. Dit is niet “onze” Valkenburgse Walram, maar het gaat hier om de oudste zoon van Hertog Hendrik III van Limburg († 1221). Deze Walram die in 1214 voor de 2x in het huwelijk trad met Erminsinde van Luxemburg, werd daarmee in 1214 ook graaf van Luxemburg. Na het overlijden van zijn vader Hendrik III van Limburg volgt Walram hem in 1221 in Limburg op als Hertog Walram III van Limburg en graaf van Arlon. Op dat moment zijn Limburg en Luxemburg dus verenigd onder één en dezelfde heer. In 1221 draagt Walram III de heerlijkheid Monschau over aan Hendrik, zijn oudste zoon uit zijn 1e huwelijk met Kunigunde von Monschau. Walram III sterft in 1226 en wordt in Limburg opgevolgd door Hendrik die bekend wordt als Hendrik IV Hertog van Limburg. De heerschappij Monschau wordt in 1226 door Hendrik IV overgedragen aan zijn broer Walram I van Limburg-Monschau, de tweede zoon uit het 1e huwelijk van Walram III en Kunigunde. Walram I van Limburg-Monschau is getrouwd met Isabella von Bar (de oudste dochter uit het 1e huwelijk van Erminsinde van Luxemburg en Thibald von Bar). Dit verbinding is niet onbelangrijk, daar Isabella 2 voormalige Luxemburgse heerlijkheden mee in het huwelijk brengt, namelijk Marville en Arancy. Uit het huwelijk van Walram I en Isabelle worden 3 kinderen geboren te weten Walram, Bertha (de moeder van Walram van Valkenburg) en Elisabeth. In Luxemburg zal Walram III opgevolgd worden door Hendrik V de oudste zoon uit zijn 2e huwelijk met Erminsinde van Luxemburg. Daar in 1226 deze Hendrik V nog minderjarig is neemt Walram I von Monschau in 1226 de “honeurs” waar en treed op als “Mombour” van Luxemburg. Als Walram I van Limburg-Monschau in 1242 sterft, neemt vooralsnog Isabella de “honeurs” in Monschau, waar daar hun zoon Walram II von Monschau nog minderjarig is. Deze Walram II trouwt in 1251 met Jutta von Ravensberg, de dochter van Otto I von Ravensberg. Nadat in 1266 Walram II von Monschau vroeg komt te overlijden, volgt hem zijn weduwe Jutta von Ravensberg voorlopig onaangevochten op als “Herrin von Monschau en Marville”. Hetgeen ook blijkt uit een oorkonde van 7 maart 1266 waarin staat geschreven: “Nos, Ivette, jadis feme mon signour Walleran, signour de Monioie et de Marville”. In dezelfde akte draagt ze voor 400 pond in zilver jaarlijks, de helft van de heerlijkheid Marville en het kasteel Marville (dat haar als weduwegoed was toebedeeld) over aan Hendrik V (de blonde) graaf van Luxemburg. Luxemburg zag nu de kans schoon om de voormalig Luxemburgse heerlijkheden Marville en Arancy terug te verwerven en ging over tot een “handel”, die in 22 akten is vastgelegd. Naast de graaf van Luxemburg komen ook Hertog Walram IV van Limburg en de nog zeer jonge Walram van Valkenburg in de akten voor. Uit de akten blijkt verder dat er veel aandacht wordt besteed de “meerderjarigheid” van Walram aan te tonen, wat erop kan duiden dat Walram op dat moment (1269/1279) wellicht formeel nog niet meerderjarig is geweest ?! Uitgaande van Walrams vermeende geboortejaar 1254 zou dat betekenen dat hij in 1269/1270 15 jaar is geweest en niet 16, waarmee hij naar Frankisch recht wel “meerderjarig” was geweest. Van verscheidene kanten wordt echter schriftelijk getuigd dat Walram in 1269 meerderjarig is (o.a. door de Luikse Kanunnik Balduin von Rosoux) en daarmee ook handelingsbevoegd. Op 7 februari 1269 komt “onze” Walram in een franse akte dan ook voor als heer van Monschau, Valkenburg en Marville. In deze akte bedeelde hij de burgers van Marville hun vrijheden toe. Belangrijk feit in deze is dat Hendrik “de blonde” graaf van Luxemburg “borg” stond voor het naleven van deze toebedeelde rechten. Indien Walram deze rechten dus niet zou kunnen nakomen,dan had de Luxemburgse graaf of bij overlijden diens oudste zoon het recht op “financiële schadevergoeding”. Een “schadevergoeding” waaraan Walram echter nooit zou kunnen voldoen, daar zijn vader Dirk II hem met een zware schuldenlast op Valkenburg had opgezadeld. Deze schuldenlast is nu het drukmiddel waarmee de jonge Walram door Luxemburg zwaar onder druk gezet zal worden en hij stap voor stap uit Marville en Arrancy verdrongen zal worden. Als tegenprestatie worden hem echter de “Limburgse lenen” Monschau en Bütgenbach in het vooruitzicht gesteld. Hoe de onderhandelingen verliepen leest u in Deel 2 van dit artikel.

Auteur: Marc Habets

Bronnen : Annalen de Historischen Vereins für den Niederrhein: der Übergang der Herrschaft Monschau an die Herren von

Valkenburg, Dr. Elmar Neuss, 1997, Genealogische Datenbank des Mittelalters, 2007