Valkenburg, 12-01-2009
Valkenburg in het rampjaar 1672
Na afwisselend door Spaanse en Staatse troepen te zijn veroverd, wordt Valkenburg, na de verovering door Stein-Callenfels in 1644 definitief Staats. Om niet langer een bedreiging te vormen voor Maastricht, ontving Stein-Callenfels ordonnantie om kasteel en stad Valkenburg te “demolieren”. Dit “demolieren” zou een maand in beslag nemen, langer dan verwacht daar: “gemerckt het muurwerck vaster en dikker is als men wel vermeent hadde”. Op 17 september 1644 was de “demolitie” van kasteel en stad beëindigd en werd de rekening, groot 4659 gulden en 4 stuiver, naar de Staten van het Land van Valkenburg gestuurd. Of het nog niet erg genoeg was dat de Valkenburgers door de sloop hun beschermende muren en kasteel hadden verloren, ze moesten er ook nog voor betalen ! Toch lezen we dat het kasteel in 1646 nog bewoond was en dat er een klein garnizoen Staatse soldaten onder toezicht van een sergeant gelegerd was. Joost van Till, luitenant-drossaard, heeft getracht om in de periode tussen 1655 en 1661 het kasteel weer wat te herstellen en ontving daartoe geld van de Staten van Valkenburg. Tussen 1658 en 1661 vorderde hij van de inwoners van Hoensbroek vrachtdiensten voor het afvoeren van puin en het aanleveren van stenen voor het kasteel. In 1667 wees de Raad van State 600 gulden toe voor verdere reparaties en verbeteringen aan het kasteel. In 1672, beter bekend als het “rampjaar”, raakt de Republiek verwikkelt in een oorlog met Frankrijk, Engeland en de bisdommen Keulen en Münster. Lodewijk XIV, de zonnekoning, stuurt op 26 mei 1672 Franse troepen naar Valkenburg en 200 man onder bevel van kolonel de Marseillac bezetten het kasteel. Onder leiding van koning Lodewijk XIV trok het Franse leger op 12 juni bij Lobith verder de Republiek binnen. Reeds op 21 juni 1672 was Utrecht in Franse handen. Na de succesvolle invallen van de vijand kregen raadspensionaris De Witt en zijn anti- Oranjegezinde aanhangers kregen de schuld van alle ellende. Zij zouden het leger hebben verwaarloosd. De Oranjegezinden zagen nu hun kans schoon op Willem III tot Stadhouder te laten benoemen en op 20 augustus 1672 worden Johan de Witt en zijn broer Cornelis door een groep Oranjegezinde Hagenaars vermoord en Willem III wordt tot Stadhouder benoemd. Onder Willem III keerden de kansen. Koning Lodewijk XIV overspeelde zijn hand en dacht reeds de overwinning op zak te hebben. Hij stelde daardoor extreem zware eisen aan de overgave van de Republiek, wat de strijdvaardigheid van de Republiek juist aanwakkerde. In november 1672 trok Willem III met zijn troepen het zuiden van Limburg binnen in een poging de Franse troepen een halt toe te roepen. Maastricht dat nog in handen van de Republiek was, kon met het oog op de eigen veiligheid, een vijandelijk Frans garnizoen in de vesting Valkenburg niet tolereren. Op 6 december 1672 gelast Staats gouverneur graaf van Waldeck, 2 regimenten met 4 kanonnen, een mortier, munitie en de zogenaamde “Spaanse cavalerie” onder bevel van kolonel Asquin, commandeur van Maastricht, op te trekken naar het kasteel van Valkenburg. Als zij in de vroege ochtend 7 december 1672 voor Valkenburg verschijnen, verweert het Franse garnizoen onder bevel van kolonel Marseillac (die enkele dagen eerder gewond was geraakt bij een militaire oefening) zich met hand en tand. De Hollanders waren daardoor gedwongen “approches” (gangen) te maken tot onder de kasteelmuren. Om deze werkzaamheden te bemoeilijken antwoorden de Fransen met zwaar mortiervuur vanaf het kasteel. Daarop stuurden de Hollanders een ijlbode naar Maastricht en werd een 3e regiment (Kielpatrick) voor Valkenburg in stelling gebracht, waarna tegen het middaguur een gezamenlijke bestorming van het kasteel werd gewaagd. De Fransen wisten deze aanval echter af te slaan. De Hollandse troepen hergroepeerden zich en gingen over tot een tweede bestorming van het kasteel, die succesvoller verliep. Al snel drongen de Hollanders door de eerste Franse verdedigingslinies (palissaden) en maakte men zich door middel van de “lichte vuurwerken” der grenadiers, meester van 2 poorten (Grendelpoort en Berkelpoort). De Fransen trekken zich terug op het kasteel en kort daarop volgt een enorme ontploffing. Met de “approches” zijn de Hollandse troepen tot onder de muren van het kasteel doorgedrongen en blazen de mineurs van Kielpatrik deze met buskruit op. Dit doet commandant Marseillac om 16.00 uur besluiten de graaf van Waldeck te verzoeken om “quartier op discretie”. De graaf van Waldeck, opperbevelvoerder ter plekke, gaf gehoor aan deze oproep en deelde de Franse commandant de voorwaarden voor de overgave mede. Om 17.00 uur trekken de Hollandse troepen het kasteel van Valkenburg binnen, namen het Franse garnizoen krijgsgevangen en voeren hen en de in beslag genomen wapens en voorraden af naar Maastricht.De verliezen aan de kant van de Republiek beliepen zich op 10 doden en 30 gewonden, terwijl aan Franse zijde 7 doden vielen te betreuren. Op 10 december 1672 werd het lot van het eens zo trotse kasteel van Valkenburg definitief beslecht.Om een herovering van het kasteel van Valkenburg door de Fransen te voorkomen, wordt op last van Stadhouder Willem III het kasteel met de haar omringende verdedigingswerken en – muren op cruciale punten door mineurs van Kielpatrik opgeblazen, zodat het als vesting onbruikbaar was geworden. Wat restte was de herinnering aan een schier onneembaar slot, van waaruit gewichtige besluiten werden genomen en dat bijna 7 eeuwen lang het Land van Valkenburg en de wijde omtrek domineerde. Na de “ontmanteling” van 1672 is het zeker, dat veel meer van het kasteel is blijven staan dan de ruïne die we nu kunnen aanschouwen, echter daarover meer in een volgend artikel van de Stichting Vestingstad Valkenburg.
Auteur: Marc Habets
Bronnen : J.M. van de Venne, Geschiedenis van het kasteel van Valkenburg, zijn heren en hun drossaarden, 1951
Th. Dorren, Het Kasteel van Valkenburg: zijne beknopte geschiedenis: sagen en legenden, 1921
Archieven van de Landen van Overmaas, Rijksarchief Limburg, 2004
Schilderij: Adam Frans van der Meulen, “Het Franse Leger trekt bij Lobith over de Rijn, 12 juni 1672”, ca. 1672 te zien in Rijksmuseum Amsterdam