Valkenburg, 17-11-2007
Reinoud van Valkenburg-Montjoie in oorlog met Maastricht Dl. II
Geruime tijd hield Reinoud zich aan zijn afgedwongen belofte. Of het nu kwam doordat hij zijn schulden niet konafbetalen of doordat hij de Maastrichtenaren voor zijn “onheil” verantwoordelijk hield, maar rond het jaar 1322 ging Reinoud wederom over tot het heffen van tol op de voor Maastricht belangrijke handelsweg door het Land van Valkenburg. De Hertog herinnerde Reinoud daarop aan zijn belofte en stuurde een Brabants leger richting Valkenburg. Rond juni 1323 begaf Reinoud zich daarop in “vrijwillige” gevangenschap naar Leuven. Hoewel beperkt in zijn vrijheid, mocht Reinoud zich vrij bewegen en zelfs op de jacht gaan in de bossen van Leuven. Door bemiddeling van Jan “de Blinde” van Luxemburg, die ook koning van Bohemen was, de Prins-Bisschop van Luik en de graaf van Holland, werd Reinoud op 26 november 1325 weer in vrijheid gesteld. Een en ander werd in een oorkonde vastgelegd van die datum en daarin lezen we ook de voorwaarde voor Reinouds vrijlating. Reinoud mocht de wapenen niet meer opnemen tegen de Hertog van Brabant en indien hij dat wel zou doen dan zou er een dwangsom van 20.000 Pond betaald moeten worden, waarvoor de bemiddelaars borg stonden. Volgens getuigen schijnt de schrijver die deze akte opstelde aan zijn heer Reinoud, fluisterend gevraagd te hebben: “Wat gaot ger geloeve Gnèè Hièèr, gaot ger ug eiges in onlee sjteeke en verdistreweere ? Igen gluif gaaroet neet dat ger peis kont halde en wie solder nachèèr die burge beroewege ?!” Waarop Reinoud antwoordde: “Schrief, schriever, schrief zèg ig tig, este mig hie eroes schrifs, dan biste een loise schribent. Euver mien burgsluu en mien schout en hub genne kummer!” Terug in Valkenburg bleek Reinoud niets van zijn strijdlust te hebben ingeboet. Nadat hij zich in 1326 via de Paus van een volle aflaat in doodsgevaar had verzekerd, legde hij wederom belastingen en tol op aan de Maastrichtenaren en poogde zelfs de Hertog van Brabant gevangen te nemen. Dit laatste mislukte, waarop de Hertog wederom een groot leger richting Valkenburg stuurde. Deze keer kon Reinoud echter rekenen op de steun van Jan “de blinde” van Luxemburg, die troepen naar Valkenburg stuurde ter verdediging. Hierdoor was het Reinoud mogelijk om bij een treffen in juni 1327 ruim 200 Brabantse troepen in het stof te doen bijten en 18 dorpen in de as te leggen. Het is hoogstwaarschijnlijk op de terugkomst van deze veldtocht dat de Maastrichtenaren Reinoud opwachten en het op 4 juli 1327 tot een treffen komt, dat bekend staat als de “Slag bij IJzeren”. De uitkomst van deze slag is enigszins discutabel, daar de Maastrichtse bronnen spreken van een overwinning van de Maastrichtenaren “Triumphus Traiectensis” terwijl andere bronnen spreken van grote verliezen voor de Maastrichtenaren. Het is natuurlijk mogelijk dat de Maastrichtenaren een “pyrusoverwinning” behaalden ?! Feit is dat ieder jaar, op 4 juli, in Maastricht de “overwinning” op de Valkenburgers werd herdacht als “stadsfeest”, in het Latijn Festum Civitatis Traiectensis geheten (feest van de stad Maastricht), Triumphus Traiectensis (de Overwinning van Maastricht) of Festum Oppidi (Stadsfeest). Dat de Reinoud en de Valkenburgers echter geenszins verslagen waren, mag blijken uit het feit de Hertog van Brabant met een groot leger in augustus 1327 het Land van Valkenburg binnentrok en een beleg sloeg voor kasteel en stad Valkenburg. Volgens de beschrijvingen waren stad en burcht goed versterkt en bewapend en bovendien bezet met bekwame krijgslieden. Op 10 augustus 1327 doet Reinoud een uitval waarbij de belegeringsmachines van de Hertog geheel worden verwoest. De Hertog laat daarop nieuwe komen uit Brabant en zet de belegering voort, ondanks desertie onder zijn troepen. De Hertog liet vervolgens een dam opwerpen in de Geul, waardoor de stad onder water liep en de bevolking toevlucht zocht op de burcht. Na 9 weken beleg, komt op 9 oktober 1327 Jan “de blinde” van Luxemburg, naar Valkenburg, die als Reinouds vriend, tracht te bemiddelen, doch zonder succes. Daarop verzoekt hij de graaf van Gülick, bondgenoot van Brabant, te bemiddelen en komt het tot een samenkomst op kasteel ’s Hertogenrade, tussen de Hertog van Brabant en Jan “de blinde” van Luxemburg, koning van Bohemen. Dit resulteerde in een wapenstilstand tot 24 juni 1328, waarna Valkenburg zou worden ontmanteld. Hoe het afloopt, leest u in Deel 3 over Reinoud van Valkenburg-Montjoie.
Auteur: Marc Habets
Bronnen : J.M. van de Venne, Geschiedenis van het kasteel van Valkenburg, zijn heren en hun drossaarden, 1951
S. Corsten, Die Herren von Valkenburg, 1981, Th. Dorren, Het Kasteel van Valkenburg, 1921
Afb. uit Geschiedenis van het hertogdom Brabant. Houtgravure uit 1882 ” Reinald van Valkenburg aan de stadspoort van Maastricht”, Gegraveerd door Hendrickx