Valkenburg, 16-10-2007
Reinoud van Valkenburg-Montjoie in oorlog met Maastricht Dl. 1
We eindigden het vorige artikel over Reinoud in 1310, waarin Reinoud de vrijheden van zijn stad Sittard bevestigde. In 1312 en 1314 zegelt Reinoud mee op enkele oorkonden van de Hertog van Brabant. Rond 29 april 1311 vecht Reinoud een vete uit tegen de aartsbisschop van Keulen. Reinoud leidt echter een nederlaag tegen de aartsbisschop van Keulen bij de “Valkenburgse stad” Euskirchen. Daarop sluit Reinoud op 10 november 1311 wapenstilstand met de aartsbisschop. Blijkbaar heeft men ook een oplossing gevonden voor de vete, want op 23 februari 1313 sluit Reinoud zelfs een 12-jarig verbond met de aartsbisschop van Keulen. In december 1313 zegt Reinoud de Prins-Bischop van Luik, Adolf van der Marck, zijn hulp toe in zijn strijd tegen enkele opstandige families in het Luikse, die niet aan hun verplichtingen hadden voldaan. Reinoud was net als zijn vader Walram een man van eer en bovenal ook een kundig krijgsman. Dankzij deze krijgsmanskunst kon de Prins-Bisschop in februari 1314 een wapen-stilstand met de opstandige families afdwingen. In 1315 beginnen echter de “problemen” voor Reinoud. Na de dood van keizer Hendrik IV op 24 augustus 1313 konden de Duitse keurvorsten het niet eens worden over diens opvolger. Er waren 2 kandidaten te weten: Lodewijk van Beieren en Frederik van Oostenrijk. Reinoud koos samen met de aartsbisschop van Keulen voor Frederik. Als schout van Aken heeft Reinoud getracht om te voorkomen dat Lodewijk van Beieren in Aken gekroond werd. Door tussenkomst van Gerard van Gülick, die reeds met zijn troepen Aken was binnen-getrokken, werd Lodewijk van Beieren, door de aartsbisschop van Trier toch in Aken gekroond. Als “dank” voor bewezen diensten, verkocht Lodewijk op 19 maart 1315 voor 3000 Mark het schoutambt aan deze Gerard van Gülick. Dit werd als een groot onrecht door Reinoud ervaren, allereerst omdat het schoutambt van Aken reeds vele jaren in “Valkenburgs” bezit was en niet in de laatste plaats omdat Reinoud reeds op 4 mei 1313 van Frederik van Oostenrijk de belofte had gekregen dat de pandsom van het Akense schoutambt op 10.000 Mark zou worden gebracht, als vereffening voor Reinouds militaire hulp. Die “schadeloosstelling” zag Reinoud nu dus aan zijn neus voorbij gaan. Uit woede over zoveel onrecht, trok Reinoud het Gülickse gebied in, waarbij er zware verwoestingen door de Valkenburgers werden aangericht. De Valkenburgse heer werd uiteindelijk echter verslagen door Gerard van Gülick en Reinoud werd gevangen gezet op de burcht Nideggen. Tegen betaling van een hoog losgeld en nadat hij beloofde geen aanspraken meer te zullen maken op het Akense schoutambt werd Reinoud vrijgelaten. Of deze tegenslagen nog niet genoeg waren, hield er een besmettelijke veeziekte in het Land van Valkenburg huis en zorgde ervoor dat nog maar 10% van de veestapel overleefde. In deze omstandigheden moest Reinoud het hoofd boven water zien te houden. Het was dus zaak, om voor extra inkomsten te zorgen. Reinoud belastte zijn onderdanen daarom met zware belastingen, waarbij de Valkenburgse heer het vooral gemunt had op de Maastrichtenaren. Vele Maastrichtenaren in die tijd, waren van boerenafkomst en hadden vele van hun landerijen in het Land van Valkenburg. Die landerijen werden nu door Reinoud dus zwaar belast en er werd door hem tol geheven op de Maastrichtse koopwaren die door het Land van Valkenburg werden vervoerd. De Maastrichtenaren deden daarop hun beklag bij hun heer, de Hertog van Brabant. Reinoud vond, dat hij als heer van Valkenburg het recht had, om in het Land van Valkenburg, belastingen en tol te heffen en van dat recht wenste hij ook gebruik te maken. De Hertog van Brabant zag dat echter anders en aangemoedigd door de Maastrichtenaren verklaarde hij Reinoud de oorlog. In juni 1318 trok hij met een groot leger de Maas over en viel het Land van Valkenburg binnen. De Prins-Bisschop van Luik, eveneens heer van Maastricht, zag hier wel voordeel in en voegde zich met zijn troepen bij de Hertog. “Verraad” in de ogen van Reinoud, zeker als men bedenkt dat Reinoud enkele jaren eerder de Prins-Bisschop van Luik te hulp was gesneld in zijn strijd tegen enkele opstandige families. De bisschop, schijnt zich hier echter weinig van aangetrokken te hebben, want hij veroverde met een list het kasteel Borgharen, dat reeds vele jaren lang als Valkenburgs bezit gold en ook van een Valkenburgs garnizoen was voorzien. Dit garnizoen werd over de kling gejaagd en het kasteel zelf werd verwoest. Ondertussen belegerde de Hertog de Valkenburgse stad Sittard, die zich na een heldhaftige strijd moest overgeven evenals Heerlen dat ook tot het Land van Valkenburg behoorde. Reinoud bevond zich nu in een netelige positie en was alleen niet opgewassen tegen de gezamenlijke troepenmacht van Brabant en Luik. Om niet alles te verliezen, besloot hij noodgedwongen tot een “wapenstilstand”, die hem echter zowel Sittard als Heerlen zou kosten. Bovendien moest Reinoud beloven de vijandelijkheden tegen de Hertog en Maastricht in het bijzonder te staken. Indien hij deze belofte zou breken, zou Reinoud zich vrijwillig in gevangenschap te Leuven moeten begeven. Of Reinoud deze afgedwongen belofte ook is kunnen nakomen, verneemt u in het volgende artikel van de SVV.
Auteur: Marc Habets
Bronnen : J.M. van de Venne, Geschiedenis van het kasteel van Valkenburg, zijn heren en hun drossaarden, 1951
S. Corsten, Die Herren von Valkenburg, 1981, Th. Dorren, Het Kasteel van Valkenburg, 1921