Reinoud Thoreel van Bernau Drossaard 1365-1388

Gepubliceerd op:

Valkenburg, 10-07-2008

Reinoud Thoreel van Bernau Brabants drossaard van Valkenburg in de periode 1365 – 1386

Zoals we in voorgaande artikelen konden lezen was Jan van Valkenburg-Montjoie in 1352 de laatste eigen heer van Valkenburg-Montjoie en kwam de Hertog van Brabant op 19 juli 1365 door een uitspraak van de Landvredebond tussen Maas en Rijn in het bezit van Valkenburg. Door aankoop van de rechten op Heerlen kwam op 7 december 1378 het gehele Land van Valkenburg aan Brabant. De Brabantste Hertog stelde vervolgens een kastelein-drossaard aan, die feitelijk de rol van de eigen heren van Valkenburg overnam. Ook deze kastelein-drossaarden leefden op de burcht en door de hoge geldleningen aan de hertog bepaalde feitelijk zij, wat er in het dagelijkse leven in Valkenburg diende te gebeuren. Als eerste drossaard in Brabantse dienst komen we Reinard Thoreel van Bernau (Berne of Biernauwe) tegen. Hij behoorde tot een vooraanstaande adellijke familie uit het Land van Dahlem en was in 1363 en 1364 hoogschout van Maastricht en tussen 1371 en 1379 schepen van Maastricht. Reinard was getrouwd met Catharina Gailhar en had 1 dochter die later trouwde met Jan Sack van Wyck. Reinard Thoreel was een zoon van Reinard (de oude) van Bernau, baljuw van de Condroz, schepen van Luik en provoost van Bouillon. Reeds op 24 augustus 1365 bevestigt Wenceslaus, de Hertog van Brabant-Limburg-Luxemburg, Reinard Thoreel van Bernau in zijn functie als burggraaf en ontvanger (rentmeester) van Valkenburg, zolang de hertog zijn schuld aan Reinard niet had afgelost. Uit een schuldbekentenis van 29 december 1365 blijkt, dat het om een bedrag van 1800 gouden mottoenen (munt van Vilvoorde) ging, een bedrag dat Reinard aan de restauratie van het kasteel van Valkenburg had uitgegeven. Reinard van Bernau schijnt herhaaldelijk als geldschieter voor de hertog te zijn opgetreden. Zo leende Reinard de hertog in 1367 300 goudguldens voor aflossing van schulden, die de hertog aan de stad Maastricht had. Reinard diende als burggraaf zorg te dragen voor de openbare orde, het aanhouden en bestraffen van misdadigers, het opleggen en innen van de boetes en het handhaven van het recht namens Wenceslaus. Als rentmeester was Reinard verder belast met het beheer van de hertogelijke goederen in natura. Als drossaard was Reinard ook verplicht zijn heer bij te staan in tijden van krijg en oorlog. Dit was ook het geval in 1371 in de strijd van Hertog Wenceslaus van Brabant tegen Hertog Willem van Gülick. In de zomer van 1371 zwerven er in het gebied tussen Rijn en Maas groepen (Franse) huurlingen rond, die dienen of hebben gediend in de 100-jarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland. Nadat afgedankte (Franse) huursoldaten enkele Brabantse kooplieden op Gülicks grondgebied hebben beroofd, eist Hertog Wenceslaus van Brabant een schadevergoeding van Hertog Willem II van Gülick. De hertog van Gülick beschermt echter de huursoldaten, weigert de geëiste schadevergoeding te betalen en neemt zelfs een dreigende houding tegenover Brabant aan. Willem provoceert Wenceslaus vervolgens door enkele groepen van de gehate Franse huursoldaten in dienst te nemen. Daarop besluit hertog Wenceslaus, als hoofd van een in 1369 gesloten landvrede, orde op zaken te stellen. Hij verzameld zijn troepen, waaronder Reinard van Berneau en gesteund door de graven van Namen en Luxemburg, trekt hij het land van Gülick binnen. De hertog van Gulik stuurt een ijlbode naar zijn zwager Hertog Eduard van Gelre om hem bij te staan. De beide legers staan op 22 augustus 1371 tegenover elkaar bij Baesweiler, ten noorden van Aken en wat volgt is een harde bloedige strijd. Reinard van Bernau voert tijdens deze slag een rotte (peloton soldaten) aan en lange tijd lijkt het erop dat Brabant als overwinnaar uit de strijd zal komen. Tegen het middaguur zijn de Gülickse troepen reeds massaal op de vlucht geslagen en de hertog van Gulik en zijn bondgenoot de hertog van Berg zijn tijdens de vlucht reeds in Brabantste gevangenschap geraakt. Het tij keert echter als plots Eduard van Gelre met een grote legermacht op het slagveld bij Baesweiler verschijnt. De troepen van Gelre vallen onder hun bij de Brabanders inmiddels beruchte kreet: “Gelre! Gelre!” meteen aan. Dit geeft de Gülickse troepen weer nieuwe moed en zij keren terug op het slagveld. Dit wordt de inmiddels vermoeide Brabanders te veel. Zij kunnen geen stand houden en worden teruggedreven. Eduard van Gelre sneuvelt in de strijd, maar Hertog Wenceslaus van Brabant en de graaf van Namen worden gevangen genomen. Reinard Thoreel van Bernau heeft het er in ieder geval ook levend vanaf gebracht, want in 1385 komt hij nog voor als drossaard van Valkenburg. Hij moet rond juni/juli 1386 zijn gestorven, want hij wordt kort daarna als kastelein-drossaard opgevolgd door Jan II van Gronsveld, waarover meer in een volgend artikel van de Stichting Vestingstad Valkenburg.

Auteur: Marc Habets

Bronnen : J.M. van de Venne, Geschiedenis van het kasteel van Valkenburg, zijn heren en hun drossaarden, 1951

Archieven van de Landen van Overmaas, Rijksarchief Limburg, 2004

A.C.M. Kappelhof, De Heren en Drossaarden van Valkenburg (1365-1672), 1991