Jan I van Valkenburg-Montjoie

Gepubliceerd op:

Valkenburg, 21-02-2008

Jan I heer van Valkenburg-Montjoie (1346-1352)

De eerste keer dat we Jan van Valkenburg tegenkomen is in 1333,. In dat jaar erft hij van zijn vader Reinoud van Valkenburg-Montjoie de heerlijkheid Bütgenbach nabij Malmedy/Sankt Vith. Jan van Valkenburg-Montjoie is waarschijnlijk rond 1306 geboren , is de jongste zoon van Reinoud en dient niet verward te worden met Jan van Valkenburg heer van Born en Susteren. Deze laatste was namelijk een zoon van Walram de Rosse, broer van Reinoud en daarmee dus een oom van Jan van Valkenburg-Montjoie. De heren van Valkenburg en met name Jan komt ook veelvuldig voor in diverse romantische ridderverhalen uit die tijd. Zo wordt hij nadrukkelijk genoemd in de roman van Antoine de la Sal(l)e: L’histoire et plaisante cronique du petit Jehan de Saintré et de la jeune dame des belles-Cousines, san autre nom nommer die in 1459 werd geschreven en terugverwijst naar de periode 1332-1349. Het zijn verhalen van geringe historische waarde, maar geven wel aan dat de heren van Valkenburg in die tijd geliefd en gevreesd waren, maar alom in hoog aanzien stonden. Jan vinden we in september 1338 terug aan het hof van koning Edward III, waar hij naar het schijnt de zogenaamde “Reigereed” (Le Voeu de Heron) heeft afgelegd. Een woeste riddergelofte waarin trouw werd gezworen aan de Engelse koning en gezworen werd om tegen de koning van Frankrijk Philip van Valois te zullen strijden. Op 23 april 1340 sturen Dirk IV en Jan een formele en persoonlijke oorlogsverklaring naar de koning van Frankrijk, hetgeen als eervol in die tijd werd gezien. Jan heeft als aanvoerder van een troep lichte ruiterij ook daadwerkelijk met zijn broer Dirk IV en oom Jan van Valkenburg heer van Born deelgenomen aan de gevechten in Noord-Frankrijk en Vlaanderen. Jan Valkenburg-Montjoie is voor 20 april 1340 getrouwd met Joanna van Voorne, dochter van Albert van Voorne en Mechteld van Wesemael, erfgename van Bergen op Zoom. Vanaf die datum komt Jan van Valkenburg namelijk voor als heer van Bütgenbach en Bergen op Zoom. Joanna was overigens een nicht van Mechteld van Voorne de vrouw van Jan’s broer Dirk IV en werd aan het grafelijke hof van Holland opgevoed. Bij het overlijden van Dirk IV van Valkenburg-Montjoie in 1346, volgt Jan van Valkenburg heer van Bütgenbach en Bergen op Zoom hem op als heer van Valkenburg-Montjoie. Jan schijnt in 1347 met de Valkenburgers en de Daelhemers een kleine veldtocht ondernomen te hebben in het Luikse, waarbij ondermeer het dorp Milmort het moest ontgelden. Op 25 juli 1347 is Jan te Aken als Keizer Karel IV de privileges van de stad Aken bevestigd. Op 5 augustus 1347 wordt Aken door de Keizer onder Jan’s bescherming gesteld. In de betreffende akte noemt de keizer Jan zijn: “consanguineus et fidelis” (bloedverwant en getrouwe). Net als zijn broer, vader en grootvader was Jan burger van Keulen hetgeen valt af te leiden uit een kwitantie uit 9 februari 1349. Jan van Valkenburg-Montjoie heeft met name voor Sankt Vith (B) een belangrijke rol vervuld. Sankt Vith was reeds sinds 1270 in Valkenburgs bezit en Jan heeft bij zijn aantreden als heer van Valkenburg-Montjoie opdracht gegeven tot bouw van een burcht, de aanleg van stenen vestingwerken en de ommuring van Sankt Vith. Dit resulteerde erin dat Jan Sankt Vith in 1350 stadsrechten verleende en ook munten heeft laten slaan de zgnd. “Moneti Sancti Viti”. Van Jan zijn overigens 3 goed beschreven munten bekend. Hoewel Sankt Vith in de tweede wereldoorlog nagenoeg met de grond gelijk gemaakt werd, is toch ook vandaag de dag in Sankt Vith de gedachte aan de laatste heer van Valkenburg niet verdwenen. In het stadswapen en in de stadsvlag staat trots de Valkenburgse leeuw of zoals ze in Sankt Vith zeggen “der Falkenburger Löwe”. De leeuw is daar echter afgebeeld met een gouden kroon en met een blauwe tong en nagels. Ook in de “Büchelturm”, de laatste overgebleven verdedigingstoren uit de middeleeuwse stadsomwalling van Sankt Vith, vinden we de verwijzingen naar de laatste heer van Valkenburg-Montjoie terug. Voor de SVV was dit gegeven in ieder geval een mooi uitgangspunt om hernieuwd kennis te maken met Sankt Vith. Wellicht dat dit ook voor de gemeente Valkenburg a/d Geul als uitgangspunt kan dienen, om de historische banden met Sankt Vith aan te halen en wellicht tot een hernieuwde samenwerking te komen ?! Samenwerkingsverbanden over de grenzen heen, zoals die in de middeleeuwen heel gewoon waren, getuige een verbond dat op 13 mei 1351 wordt gesloten tussen de Hertog van Brabant, de aartsbisschop van Keulen Willem van Gennep en de steden Keulen en Aken, teneinde de openbare veiligheid te kunnen borgen. Op 30 november 1351 sluit Jan van Valkenburg-Montjoie zich bij dit verbond aan. Jan verplichtte zich tot het leveren van 20 zwaarbewapende ruiters in gewone dienst en tot het leveren van 40 zwaarbewapende ruiters voor belegeringen of langere veldtochten. Ook toen was er dus al samenwerking over de grenzen heen Jan van Valkenburg-Montjoie sterft op 9 augustus 1352, zoals het memorieboek van het klooster Wenau vermeld. Hij werd begraven in het klooster Reichenstein (nabij Monschau), waar zijn zuster Elisa kloosterjuffrouw was. Daar het huwelijk tussen Jan en Joanna kinderloos bleef, sterft met Jan het Huis Valkenburg in rechtstreekse mannelijke lijn uit en brak de strijd om de erfopvolging in Valkenburg los. Meer over die erfopvolgingstrijd in het volgende artikel van de Stichting Vestingsstad Valkenburg.

Auteur: Marc Habets

Bronnen : J.M. van de Venne, Geschiedenis van het kasteel van Valkenburg, zijn heren en hun drossaarden, 1951

S. Corsten, Die Herren von Valkenburg, 1981, Th. Dorren, Het Kasteel van Valkenburg, 1921