Eerste vermelding Valkenburg
De oudste vermelding van Valkenburg (Falchenberg) dateert uit het jaar 1041.
Op 15 februari 1041 schonk te Maastricht, de latere Duitse Keizer Hendrik III bezittingen in vier “villas” (dorpen) aan zijn nicht Ermingardis, te weten: Herve, Vaals, Epen en Valkenburg, gelegen in de “Luikergouw”. Deze voor Valkenburg zo belangrijke akte, stamt uit het archief van het Stift Rees (Nederrijn) en bevindt zich momenteel in het “Staatsarchiv” te Düsseldorf. Naar verwachting is Valkenburg echter ouder, daar in de akte vermeldt staat dat de genoemde bezittingen, reeds in een eerder stadium, door een schepenoordeel aan Keizer Konrad II, de vader van Keizer Hendrik III, waren gekomen. Met dit Valkenburg is naar mening van deskundigen overigens het tegenwoordige “Oud-Valkenburg” bedoeld.
Wat weten we over de, oudst bekende eigenaresse van Valkenburg, Ermingardis ?!
De verschillende bronnen duiden op Ermingardis (Irmgard) van Verdun, dochter van Godfried “de Gevangene”van Verdun, echtgenote van Graaf Otto von Hammerstein en zus van Hertog Gozelo van Lotharingen. De akte zelf ondersteunt deze duiding, daar de schenking aan Ermingardis plaatsvindt op voordracht Hertog Gozelo en diens zoon Godfried.
Ermingardis wordt in Valkenburg en Rees opgevolgd door ene Ermentrud, wat blijkt uit een tweetal betrouwbare akten uit het jaar 1075. Rond 1101 zien we vervolgens ene Tiebaldus de Falkenberge verschijnen, beter bekend als Thibaut de Fouron (Voeren). Uit een oorkonde uit het jaar 1147 wordt ons een terugblik op deze Thibald gegunt. Hij wordt er als eigenaar van de “tienden” te Bilstain genoemd en schenkt op zijn sterfbed goederen te Columbier en Bilstain aan het Jakobusklooster te Luik. Hij sterft voor 30 april 1106 en laat een weduwe achter namens Guda, waarvan momenteel de achternaam niet bekend is.
Guda doet in het jaar 1119 eveneens grote schenkingen (o.a. Wittem) aan het Jakobusklooster te Luik, waar zij ook sterft op 30 juni 1125 en ligt begraven. Haar grafsteen is nog te zien in de klokkentoren van de Sint Jacobuskerk (Saint Jacques) te Luik.
Het is deze Guda,die als eigenlijke opvolgster van Ermentrud in Valkenburg gezien moet worden, is naar alle waarschijnlijkheid een dochter van Ermentrud. Dat Guda de eigendommen in Valkenburg erfde en niet Thibald, moge ook blijken uit het feit dat het huwelijk tussen Thibald en Guda kinderloos bleek en in Voeren Thibalds neef Arnulf opvolgde, maar niet in Valkenburg. De eigendommen te Valkenburg gingen volgens het erfrecht dus niet over naar de familie de Fouron uit het huis Montaigu, maar werden door Guda in 1119 geschonken aan Oda von Walbeck. Oda von Walbeck was de dochter van Siegfried von Walbeck en was getrouwd met Gozwinus de Valkenberg. Gozewijn of Goswin zoals hij ook vaak genoemd wordt stamt uit het Huis Heinsberg en is tussen 1119 en 1128 heer van Valkenburg. Hij is de eerste met deze illustere naam en over hem en zijn opvolgers kunt u lezen in het volgende artikel over de “Historie van Valkenburg”.
Land van Valkenburg
Als oudst bekende Heer van Valkenburg wordt genoemd Thibald van Fouron-Valkenburg († 1106) uit het huis Voeren-Montaigu. Het is zijn bezit in Oud-Valkenburg, dat de eigenlijke begin-kern vormde van het latere Land van Valkenburg, dat groeide door de machtsuitbreiding van zijn heren, die in de Middeleeuwen in deze streken (Euregio Maas-Rijn) zo’n belangrijke rol gespeeld hebben. Rond 1300, onder het bewind van Walram de Rosse waren de Valkenburgse heren op het hoogtepunt van hun macht. Zijn machtsgebied omvatte een groot deel van het huidige Zuid-Limburg met uitzondering van onder ander de stad Maastricht, maar aangevuld met Monschau, Richterich, Euskirchen, Bütgenbach en St. Vith.
Toen in 1378 Wenceslaus Hertog van Brabant het volledige Land van Valkenburg in bezit kreeg bestond het uit de volgende dorpen en heerlijkheden: Oud-Valkenburg, Valkenburg met het kasteel, Houthem, Meerssen, Limmel, Amby, Strucht, Schin op Geul, Bunde, Ulestraten, Klimmen, Schimmert, Hulsberg, Beek, Eijsden, Borgharen, Itteren, Geulle, Geleen, Spaubeek, Schinnen, Nuth, Oirsbeek, Amstenrade, Bingelrade, Merkelbeek, Brunssum, Jabeek, Schinveld, Heerlen, Hoensbroek, Schaesberg, Nieuwenhagen, Voerendaal en Ubachsberg.
Vesting Valkenburg
Zoals gezegd breidden de heren van Valkenburg door de eeuwen heen hun machtsgebied gestaag uit. Om dat te kunnen doen hadden de heren dus een stevige uitvalsbasis nodig. De in eerste instantie kleine versterking op de Heunsberg, werd al snel uitgebouwd tot een machtige en bijna onneembare hoogteburcht. Strategisch gelegen op een kruispunt van belangrijke handelswegen in, wat we vandaag de dag Euregio Maas-Rijn noemen, konden deze heren hun gezag te allen tijde laten gelden. Naarmate de macht van de heren van Valkenburg toenam, kwamen er ook meer mensen wonen aan de voet van de kasteelberg, Valkenburg ontstond. Omdat het aantal inwoners toenam, bleek het noodzakelijk om ook de verdedigingswerken verder uit te breiden. De naar aller waarschijnlijkheid aanvankelijke houten palissaden en aarden wallen, werden na verloop van tijd vervangen door stadspoorten, stenen muren, torens, valbruggen en grachten. Met name het jaar 1327 toont aan dat er sprake moet zijn geweest van een stevige omwalling, immers tijdens de belegering dat jaar door de Hertog van Brabant, wordt de Geul “afgedamt” en Valkenburg onder water gezet. Dat Valkenburg desondanks niet veroverd werd, geeft aan dat de vestingwerken zich in een uitstekende staat moeten hebben bevonden.
In latere jaren heeft met name Dirk van Pallandt, als drossaard namens de Hertog van Brabant, veel aandacht besteed aan de verdedigingswerken van Valkenburg. Mede daardoor kon het beleg door de Luikenaren in 1465 glansrijk worden doorstaan. In de navolgende tweehonderd jaar werden er regelmatig herstelwerkzaamheden aan het kasteel en vestingwerken gedaan. Met name tijdens de tachtigjarige oorlog had de vesting Valkenburg het zwaar te verduren. Door de strategische ligging waren het kasteel en daarmee de vesting Valkenburg een voortdurende bedreiging voor Maastricht. Onderstaande foto laat zien hoe het kasteel van Valkenburg er voor de destructie door de Hollandse troepen van Koning-Stadhouder Willem III in november 1672 uitzag.