Valkenburg, 31-10-2008
Het Beleg van Valkenburg in 1465
In het vorige artikel zagen we dat het Luikse leger via Warsage en Voeren was opgetrokken naar Valkenburg, waar het Luikse leger op 3 september 1465 voor de poorten van de vestingstad verschijnt. In Valkenburg was men echter goed voorbereid op “die Ludickeren” zoals ze in de rekeningen worden genoemd. Dirck van Pallandt had als plaatsvervangend drossaard reeds maanden van te voren stad en het gehele land van Valkenburg zwaar laten bewaken door soldaten uit Dircks eigen Wildenburg (Eifel), de wachters van het kasteel, de Valkenburgers zelf en in elk dorp van het land van Valkenburg had hij een sterke wacht doen opstellen tot aan de Maas toe. Verder had hij de Valkenburgse verdedigingswerken in optimale toestand laten brengen, al waren nog niet alle werkzaamheden afgerond toen de Luikenaren aan hun beleg begonnen. Allereerst had hij voor een goed schootsveld gezorgd, door de inwoners van de hoofdbanken Meerssen, Beek en Klimmen, alle bomen te laten kappen rondom stad en kasteel Valkenburg. Maar Dirck hield met meer dingen rekening. Zo had hij op het kasteel zelf, binnen de ringmuur bij de Capruintoren een houten smidse laten bouwen, een houten veestal voor het vee van de burgerij bevond zich ook binnen de ringmuur, een rosmolen werd gebouwd, de schildmuur langs de Dwingel tegenover de Heilige Driesch werd geheel nieuw opgemetseld en verder werden minimaal 4 stuks groot geschut (kamerbussen kaliber 12,8 cm) en een aantal stuks kleiner geschut op het kasteel geplaatst. Boven de poorten en torens werden houten bolwerken aangebracht, de vensters werden “verbolwerckt”(gedicht met takkenbossen) en op de buitenzijden van de muren bracht men “reeksen” aan (rekken beladen met stenen). De toegang tot de opgangen naar het kasteel werd bemoeilijkt door er hagen van vlechtwerk en doornstruiken aan te leggen. De droge gracht (huidige Dwingel) werd 6,5 meter uitgediept en de stadsgrachten die de vesting omringden, werden eveneens uitgediept. Voor de Berkelpoort werd een valbrug gemaakt, met daarvoor een houten bolwerk met schietgaten. Aan de Grendelpoort maakte men een zwaar bolwerk met schietgaten en een extra voorwerk tussen het bolwerk en de stadsgracht een zogenaamde “barbecane”. Dit was noodzakelijk omdat in de Grendelpoort het buskruit werd opgeslagen en vanuit de Grendelpoort de opgang naar de Uiterste poort (huidige Kasteelgats) bewaakt werd. Voor de Geulpoort werd een sterke zware deur aangebracht met daarvoor een zeer zware beklede slagboom en ijzerwerk (steckaet/staketsel). Tot slot werden er open dijken in de Geul (stadsgracht) aangebracht, die in geval van beleg gesloten konden worden, om het water in de stadsgrachten op het gewenste peil te houden. Toen “die Ludickeren” naderden, werden de vaste houten bruggen snel door de Valkenburgers afgebroken en met het hout versterkte men de poorten. Het Luikse leger werd door de Valkenburgers “fris onthaald” en hoewel het beleg “slechts” 2 dagen en 1 nacht duurde werd toch veel schade berokkend aan de daken van kasteel en de huizen van de stad, hetgeen is af te leiden uit de herstelrekeningen. De kroniek van Maastricht verhaalt van het beleg van Valkenburg en getuigt van de grote dapperheid waarmee de drossaard, zijn broeders en de Valkenburgers de Luikse vijand tegemoet traden.Volgens de kroniek sneuvelden 83 Luikenaren terwijl ze hun beste geschut voor Valkenburg moesten achterlaten. Als reden voor de spoedige aftocht van de Luikenaren wordt gegeven het vertrek van Marcus en Karel van Baden, die in Meerssen verbleef en in de nacht van de 4e september 1465 in het geheim met zijn manschappen naar Aken is getrokken. Waarschijnlijk is Marcus duidelijk geworden dat hij nooit op een rechtmatige wijze Prins-Bisschop zou kunnen worden en hebben de zware euveldaden van de Luikenaren hem tot inzicht gebracht. Na het beleg werd 2 dagen feest gevierd in Valkenburg en werden Dirck van Pallandt, zijn mannen en de ruiterij geëerd door de schepenen en inwoners van de stad. Tot 2x toe werden ze onthaald in wijnhuis Faber (het huidige hotel L’Empereur) om te drinken op de goede afloop. De kosten van de gehele verdediging bedroegen ruim 1094 Rijnsche guldens een enorm bedrag in die tijd. Op 22 december 1465 werd er formeel vrede gesloten tussen Luik en Bourgondië. Een vrede op papier, want ook na die datum werden er over en weer nog forse vernielingen aangericht. De ruiterij en extra troepen bleven tot 5 februari 1466 in Valkenburg. Toen schijnt het dan toch rustiger rondom Valkenburg te zijn geworden, want in 1466 en 1467 wordt de tijd gevonden om alle beschadigingen van het beleg te herstellen. Meer over de historie van Valkenburg in een volgend artikel van de Stichting Vestingstad Valkenburg.
Auteur: Marc Habets
Bronnen : J.M. van de Venne, Het Beleg van Valkenburg door de Luikenaren in 1465, 1926
J.M. van de Venne, Geschiedenis van het kasteel van Valkenburg, zijn heren en hun drossaarden, 1951
A.C.M. Kappelhof, De Heren en Drossaarden van Valkenburg (1365-1672), 1991
Archieven van de Landen van Overmaas, Rijksarchief Limburg, 2004
Foto: Wildenburg (Eifel), Marc Habets, 2008