Valkenburg, 07-08-2008
De Valkenburgse drossaarden in de periode 1386 – 1448
In het vorige artikel over Reinard Thoreel van Bernau, zagen we dat deze in 1386 als drossaard van Valkenburg door Jan II van Gronsveld werd opgevolgd. De familie van Gronsveld had in 1382, net voor het sterven van Hertog Wenceslaus (†1383), een grote som geld aan de Brabantse hertog geleend. Jan II van Gronsveld heeft niet lang kunnen genieten van zijn aanstelling, want op 23 augustus 1386 wordt hij te Aken vermoord door Stas van den Bongart, geholpen door de gebroeders Van Schoonvorst. Op 1 oktober 1386 treed daarom Hendrik II van Gronsveld, op als kastelein-drossaard van Valkenburg. Op 12 mei 1388 geeft Joanna, Hertogin van Brabant en weduwe van Wenceslaus, kasteel en stad Valkenburg zelfs in onderpand aan Hendrik van Gronsveld, totdat de lening aan Hendrik is terugbetaald. Op 17 augustus 1389 verpand Hertogin Joanna desalniettemin de heerlijkheden Valkenburg, Millen, Gangelt en Vucht voor 15000 oude schilden aan Philips van Bourgondië. Deze Philips (de Stoute) van Bourgondië was de echtgenoot van Joanna’s nicht, Margaretha van Vlaanderen en had Joanna bijgestaan in de oorlogen van Brabant tegen Willem van Gülick. Doordat haar schulden aan Hendrik van Gronsveld echter nog niet waren afbetaald, geeft ze bij akte van 29 november 1389 aan Philips toestemming om de schuld aan Hendrik af te lossen. Op 8 december 1389 bevestigt Philips Hendrik van Gronsveld in bezit van Valkenburg, totdat Philips de door Brabant aangegane schuld zou hebben afgelost. Op 24 oktober 1395 schijnt de aflossing uiteindelijk te zijn gedaan, daar op die datum Hendrik van Gronsveld, Philips van Bourgondië kwiteert voor terugbetaling van de pandsom groot 11592 oude schilden en Hendrik gelijktijdig afstand doet van kasteel, stad en Land van Valkenburg. Hertog Philips benoemd op 5 december 1395 Arnold van Crayenhem, heer van Grobbendonk, tot drossaard van Valkenburg en op 19 juni 1396 draagt Joanna van Brabant de soevereiniteit over o.a. Valkenburg en Heerlen over aan Hertog Philips van Bourgondië. Valkenburg werd daarmee officieel Bourgondisch gebied. Waarom deed Joanna dat. Johanna, hertogin van Brabant, was kinderloos en stelde daarom haar nicht Margaretha van Male, echtgenote van Philips de Stoute van Bourgondië en haar zonen officieel aan als haar erfgenamen. Margaretha was immers de dochter van Johanna’s zuster. Nadat deze opvolgingsregeling ook door de Staten van Brabant in 1401 was bekrachtigd, droeg Johanna het feitelijke bestuur van Brabant over aan Margaretha, die haar zoon Anton als ruwaard (voogd) aanstelde. In hetzelfde jaar werd Anton gemachtigd de titel van hertog van Limburg te voeren. Inmiddels is Philips van Bourgondië op vrijdag 27 april 1404 te Malle Brussel gestorven en Anton van Bourgondië volgt hem als Hertog van Brabant en Limburg op. In het jaar 1405 ontstaat er een conflict tussen de inwoners van Heerlen en de drossaard van Valkenburg, Arnold van Crayenhem. Arnold zou inbreuk hebben gepleegd op de rechten en plichten van de Heerlenaren en nadat de inwoners van Heerlen in het gelijk waren gesteld, werd Arnold van Crayenhem op 31 januari 1406 oneervol als kastelein-drossaard van Valkenburg ontslagen. Anton stelt begin 1406 Jan III van Cosselaer, heer van Wittem aan als drossaard van Valkenburg. Jan van Wittem, zoals hij beter bekend staat was een trouwe dienaar van de Hertogen van Bourgondië en was getrouwd met Margareta van Pallandt, met wie hij 5 kinderen kreeg. In 1409 beloofd Hertog Anton, Jan tenminste 13 jaar in het bezit te laten van het drossaardambt van Valkenburg. Jan, vernieuwde op 2 januari 1414 zijn eed aan Hertog Anton. Als Anton op 25 oktober 1415 sneuvelt in de befaamde slag bij Azincourt, waar een oppermachtig Frans geharnast ridderleger van 20.000 man wordt verslagen door een 7000 man sterk Engels leger dat voornamelijk uit boogschutters bestond, wordt Anton opgevolgd door zijn oudste zoon Jan IV van Brabant. Terug naar Valkenburg, dat in 1415 door Brabant wordt verpand aan graaf Frederik van Meurs, die echter Jan III van Cosselaer, heer van Wittem hernieuwd bevestigd als drossaard van Valkenburg. De verpanding aan de graaf van Meurs eindigt in 1439 en Valkenburg keert terug in handen van Bourgondië. Philips de Goede van Bourgondië was reeds in 1430 Jan IV opgevolgd en als landsheer van Vlaanderen, Brabant, Namen en Limburg en kwam daarmee ook in het bezit van Valkenburg. Op 15 januari 1439 wordt Jan III van Wittem door Hertog Philips de Goede benoemd als “casteleyn, drosset en rentmeester” van Valkenburg en Jan zal deze functie tot aan zijn dood op 26 maart 1443 blijven vervullen. Na de dood van Jan III, heer van Wittem, wordt zijn broer Herman van Wittem op 26 maart 1443 aangesteld als kastelein en drossaard van kasteel en land van Valkenburg. Herman liet deze functie echter waarnemen door een plaatsvervanger te weten Dirck van Pallandt. De weduwe van Jan III van Wittem, Margarethe van Pallandt, blijft vanwege een vordering van 7377 ponden op de hertog, in het kasteel van Valkenburg wonen tot 1447. Dit blijven wonen op het kasteel van Valkenburg totdat de verplichtingen waren afgelost, zou ook in de komende jaren nog herhaaldelijk voorkomen, zoals we zullen zien in een volgend artikel van de Stichting Vestingstad Valkenburg.
Auteur: Marc Habets
Bronnen : J.M. van de Venne, Geschiedenis van het kasteel van Valkenburg, zijn heren en hun drossaarden, 1951
Archieven van de Landen van Overmaas, Rijksarchief Limburg, 2004
A.C.M. Kappelhof, De Heren en Drossaarden van Valkenburg (1365-1672), 1991