Valkenburg, 04-10-2008
Aanleiding tot het Beleg van Valkenburg 1465
Dirck van Pallandt speelde als plaatsvervangend kastelein-drossaard een belangrijke rol in het beleg van Valkenburg door de Luikenaren in 1465. Hoe het tot dit beleg kwam, willen we vooraf illustreren.Nadat in 1455 Jan van Heinsberg afstand deed van de Luikse bisschopszetel, werd op 30 maart 1456 Lodewijk van Bourbon, op voorspraak van Philips de Goede, Hertog van Bourgondië, benoemd tot Prins-Bisschop van Luik. Lodewijk was de neef van Philips en was bij zijn benoeming pas 17 jaar oud. Hij wordt bovendien omschreven als praalziek en lichtzinnig. Deze eigenschappen aangevuld met een behoorlijke portie onervarenheid en het feit dat Luik vijandig stond tegenover Bourgondië, bleken al snel een gevaarlijke combinatie, die het wantrouwen en de onvrede bij het volk van Luik sterk aanwakkerde. Reeds bij zijn blijde inkomst in Luik, op 13 juli 1456, vond Lodewijk zich omringd door “Les vrais Liègeois”. Luik eiste van Lodewijk dat hij met Philips zou breken, iets wat voor Lodewijk, zijnde familie van de Hertog, niet haalbaar was. Dit resulteerde erin dat, de stad (La Cité) inbreuk pleegt op de rechten van de Prins-Bisschop en zijn jurisdictie miskent. Lodewijk verlaat in 1458 daarop Luik, vertrekt naar Huy en legt in Luik de rechtsgang stil door de schepenen en de Burgemeester (maieur/maire) te ontslaan. De stad is nu min of meer stuurloos en het volk smeekt Lodewijk om terug te komen, maar deze weigert. Philips de Goede start tot driemaal toe verzoeningspogingen. Telkens zonder succes. Slechts 1x keert de Prins-Bisschop terug vanuit Huy, om z’n eigen klerken en priesters te veroordelen. Hij gaat daarbij van het ene uiterste naar het andere en handelt in willekeur. De stad wijst de handelswijze van de Prins-Bisschop af. Tot overmaat van ramp breekt bijna gelijktijdig een opstand uit in het naburig gelegen graafschap Loon. Deze opstand was gericht tegen de procureurs die de belastingen moesten innen en waarover het volk zich reeds meermaals bij de Prins-Bisschop als diens officiaal, vergeefs had beklaagd. De opstandelingen werden “Cluppelslaegers” genoemd en deze maakten “jacht” op de procureurs en deze laatsten werden behoorlijk afgetuigd. Het was dus alles behalve “pais en vree” in het prins-bisdom. De franse koning Lodewijk XI, ziet de onvrede genoegzaam aan, stelt Luik onder zijn bescherming en ziet de kans schoon om de macht van de Bourgondiërs in te tomen. Men kan begrijpen dat dit de Prins-Bisschop in het verkeerde keelgat schiet en op 29 oktober 1461 vaardigt hij een interdict (interdictum = verbod, is in de Katholieke Kerk een kerkelijke straf die bepaalde rechten ontneemt zonder de gelovigen van de kerkgemeenschap uit te sluiten), uit over Luik en de tien steden van het graafschap Loon. Filips de Goede wil nog iets redden en probeert de Luikenaren dichter bij hun prins-bisschop te brengen door samen te komen te Maastricht op 20 januari 1462. Maar Raes van Heers, de leider van Les vrais Liègeois, is ook niet stil blijven zitten en waakt erover dat die vergadering niet zou doorgaan. Als vijf raadgevers van de Prins-Bisschop zich te Luik laten zien , beginnen de getrouwen van Raes de menigte op te ruien en de volgende dag worden de vijf reeds veroordeeld. De onderhandelingen te Maastricht gingen toch door, echter zonder het gewenste resultaat. Het interdict werd na de vergeefse onderhandelingen op 30 mei 1463 opgeheven en de uitspraak werd aan de Paus gelaten. Op 25 juli 1463 wordt Raes de Heers als burgemeester (maieur/maire ) van de stad Luik verkozen. Na zijn verkiezing gaf hij een nog grotere impuls aan de “revolutionaire beweging”. In 1464 komt de legaat van de Paus naar Luik en deze vaardigt wederom een interdict uit en excommuniceert bovendien een groot aantal personen, die tegen de Prins-Bisschop in opstand waren gekomen. De opstandelingen lieten zich echter weinig gelegen aan de kerkelijke straffen en op aanraden van hun leider Raes de Heers, verzocht men Marcus van Baden als voogd van Luik te willen optreden. Marcus van Baden aanvaardde deze functie en deed op 22 april 1465 zijn “Blijde Inkomst” in Luik. De koning van Frankrijk achtte nu de tijd rijp om de Luikenaren tot oorlog te brengen met Bourgondië. Hiertoe werd op 17 juni 1465 een verbond tussen Frankrijk en de Luikenaren gesloten en besloot Marcus van Baden troepen te werven in Duitsland en liet zich tevens als voogd erkennen door de stad Huy. De Prins-Bisschop, Lodewijk de Bourbon die te Huy verbleef, moest daarop ijlings Huy verlaten en naar Brussel vluchten. Op aanraden van Raes de Heers, verzochten de Luikenaren daarop, via een boodschapper van de franse koning, de Paus, om Marcus van Baden tot Prins-Bisschop te benoemen. De Paus bleek echter goed geïnformeerd en had reeds op 31 juli 1465 Marcus van Baden een geduchte vermaning gestuurd, hem opgedragen van de Luikse bisschopszetel af te blijven en naar Rome te komen ter verantwoording. Philips de Goede riep diezelfde dag zijn onderdanen in Luik op om uitsluitend Lodewijk van Bourbon als Prins-Bisschop te erkennen. Het bleek alles vergeefs, want reeds op 1 augustus 1465, kwam Karel van Baden (broer van Marcus) met 400 soldaten en geschut aan te Luik. De gemoederen kwamen in beroering en op 16 augustus 1465 namen de Luikenaren onder aanvoering van Raes de Heers en Baré-Surlet het kasteel Falais in. De Hertog van Bourgondië trok daarop zijn troepen samen in Brabant, een oorlog was onafwendbaar geworden. Op 29 augustus 1465 vallen opstandige Luikse wijngaardeniers, zonder oorlogsverklaring, het hertogdom Limburg binnen. Diezelfde dag wordt zonder slag of stoot Herve ingenomen en volledig geplunderd en verwoest. Zelfs de kerk van Herve ontsnapte niet aan hun haat en hebzucht en verscheidene Luikenaren begingen verschrikkelijke heiligschennis op de H. Eucharistie.Zo verschrikkelijk waren de daden, dat een Duitse graaf uit het gevolg van Marcus van Baden, terstond met zijn 130 soldaten terug naar Duitsland vertrok. Ook de agent van de koning van Frankrijk, schrok van zoveel barbaarsheden, dat hij wenste de koning hiervan persoonlijk in kennis te stellen. Op 30 augustus 1465 verschijnen de Luikenaren voor Dalhem. Geholpen door de Dalhemse verrader Faveraelx de Prez vallen de Luikenaren Dalhem binnen. Ook nu werd grondig geplunderd en worden het kasteel van Dalhem en nagenoeg alle huizen verwoest. Via Warsage en Voeren werd opgetrokken naar Valkenburg, waar het Luikse leger op 3 september 2008 voor de poorten van de vestingstad verschijnt. In een volgend artikel van de Stichting Vestingstad Valkenburg blikken we terug op het Beleg van Valkenburg in 1465, de verdedigingswerken en de rol van Dirck van Pallandt hierin.
Auteur: Marc Habets
Bronnen : J.M. van de Venne, Het Beleg van Valkenburg door de Luikenaren in 1465, 1926
J.M. van de Venne, Geschiedenis van het kasteel van Valkenburg, zijn heren en hun drossaarden, 1951
A.C.M. Kappelhof, De Heren en Drossaarden van Valkenburg (1365-1672), 1991
Archieven van de Landen van Overmaas, Rijksarchief Limburg, 2004